Wat is BMI en hoe bereken je BMI? Uitleg en formule

Wat is BMI en hoe bereken je BMI? Uitleg en formule

Deze informatie is voorlichtend en vervangt geen persoonlijk medisch advies.

Bijna iedereen kent de afkorting, maar weinig mensen weten wat de BMI werkelijk uitrekent. En dat is jammer, want zonder die kennis wordt een getal al snel een oordeel. Hoe bereken je BMI, wat betekent BMI precies en hoe stellig mag je de uitkomst nemen?

Op deze pagina lees je de betekenis achter de afkorting, de exacte formule, de herkomst van de maat en de grenzen ervan. Je krijgt bovendien de Nederlandse referentiewaarden, die op onderdelen afwijken van de internationale tabel die je overal tegenkomt.

De relevantie is groot. Volgens de Gezondheidsenquête en Leefstijlmonitor van CBS en RIVM had in 2025 50,6 procent van de Nederlanders van 18 jaar en ouder overgewicht en 15,7 procent obesitas. Ook de kerncijfers over overgewicht bij volwassenen van de Staat van Volksgezondheid en Zorg laten zien hoe groot het aandeel Nederlanders met overgewicht is. Voor miljoenen mensen is de BMI dus het eerste getal in een gesprek over gezondheid.

Wat is BMI precies?

BMI is de afkorting van Body Mass Index, in het Nederlands ook wel queteletindex genoemd. De maat zet je gewicht af tegen je lengte en levert één getal op waarmee zorgverleners een eerste inschatting maken van gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico. De BMI is dus een screeningsinstrument, geen diagnose en geen meting van vet.

Waar de BMI vandaan komt

De basis legde de Belgische wiskundige en statisticus Adolphe Quetelet rond 1832. Hij zocht naar een formule om het gemiddelde van een bevolking te beschrijven, niet om individuen te beoordelen. Ruim honderd jaar later, in 1972, introduceerde de Amerikaanse fysioloog Ancel Keys de term Body Mass Index in wetenschappelijk onderzoek naar relatief gewicht.

Die ontstaansgeschiedenis verklaart veel over de kracht en de zwakte van de maat. De BMI werkt uitstekend om groepen te vergelijken, bijvoorbeeld in bevolkingsonderzoek. Voor de individuele persoon in de spreekkamer is de voorspellende waarde beperkter.

Wat de BMI wel en niet meet

De BMI meet uitsluitend de verhouding tussen twee getallen. De formule ziet geen verschil tussen een kilo spierweefsel en een kilo vetweefsel en weet niet waar dat gewicht op je lichaam zit. Dat onderscheid doet er medisch juist toe. In de Nederlandse multidisciplinaire richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen wordt daarom niet alleen naar BMI gekeken, maar ook naar onder andere de buikomvang en andere factoren die het gezondheidsrisico beïnvloeden.

Wat de BMI wel goed kan, is signaleren. Een waarde ver buiten de gezonde bandbreedte is een betrouwbaar signaal dat verder kijken zinvol is. Wil je de uitkomst voor jezelf bepalen, dan vind je de rekenstappen in het artikel over je Body Mass Index direct berekenen.

Hoe bereken je BMI met de formule?

De BMI-formule luidt: gewicht in kilogram gedeeld door lengte in meter in het kwadraat, oftewel kg/m². Je hebt alleen een weegschaal, een meetlint en een rekenmachine nodig. Het resultaat noteer je met één cijfer achter de komma.

De formule en de juiste eenheden

Schrijf de formule uit als:

BMI = gewicht in kg ÷ (lengte in meter × lengte in meter)

De meeste rekenfouten ontstaan bij de eenheden, dus let hierop:

●       Gebruik je lengte in meters, dus 1,68 en niet 168.

●       Kwadrateer eerst je lengte en deel daarna pas je gewicht door die uitkomst.

●       Weeg zonder schoenen en bij voorkeur onder vergelijkbare omstandigheden, zodat je metingen goed vergelijkbaar blijven.

●       Rond af op één decimaal; meer precisie voegt weinig toe aan de praktische betekenis.

Een voorbeeldberekening stap voor stap

Neem iemand van 70 kilogram en 1,75 meter. Stap één: 1,75 × 1,75 = 3,06. Stap twee: 70 ÷ 3,06 = 22,9. Deze waarde valt binnen de gezonde bandbreedte voor volwassenen.

Nog een voorbeeld voor wie wil weten hoe je BMI berekent als vrouw van 1,62 meter en 78 kilogram. Je rekent 1,62 × 1,62 = 2,62 en deelt 78 door 2,62. De uitkomst is 29,8, net onder de grens van een BMI van 30.

De meest gemaakte rekenfout

Een veelgemaakte fout is het kwadrateren van de lengte vergeten. Wie 70 deelt door 1,75 komt uit op 40, terwijl dat niet de juiste BMI-berekening is. Controleer daarom altijd of je eerst je lengte met zichzelf hebt vermenigvuldigd.

Wat is een normaal BMI?

Een normaal BMI ligt voor de meeste volwassenen tussen 18,5 en 25. Onder 18,5 spreken zorgverleners van ondergewicht, vanaf 25 van overgewicht en vanaf 30 van obesitas. Deze internationale indeling geldt als belangrijk uitgangspunt, maar Nederlandse richtlijnen laten zien dat de beoordeling niet voor iedere groep exact hetzelfde is.

De BMI-klassen voor volwassenen

Voor de meeste volwassenen wordt de volgende indeling gebruikt:

BMI-waarde

Classificatie

Onder 18,5

Ondergewicht

18,5 tot 25

Gezond gewicht

25 tot 30

Overgewicht

30 tot 35

Obesitas klasse I

35 tot 40

Obesitas klasse II

40 en hoger

Obesitas klasse III

Een uitgebreidere uitsplitsing per waarde staat in de BMI-tabel met alle klassen en grenswaarden.

De Nederlandse referentiewaarden wijken op punten af

Dit is een belangrijk detail dat op veel websites ontbreekt. De NHG-Standaard Obesitas gebruikt BMI als onderdeel van de beoordeling van overgewicht en obesitas, maar benadrukt dat ook andere factoren nodig zijn om het gezondheidsrisico goed in te schatten.

Daarnaast laat het registratieadvies bij de NHG-Standaard Obesitas zien dat de relevante BMI-grenzen kunnen verschillen naar leeftijd en achtergrond. Bij mensen van 70 jaar en ouder gelden andere referentiewaarden dan bij jongere volwassenen. Ook voor mensen met bepaalde achtergronden kunnen lagere BMI-grenzen worden gebruikt om gezondheidsrisico's eerder te signaleren.

Voor kinderen gelden weer andere afkappunten, waarbij leeftijd en geslacht een belangrijke rol spelen. De volwassenentabel is voor kinderen dus ongeschikt. De Nederlandse aanpak en bijbehorende afkappunten worden uitgebreider beschreven in de richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen.

Hoe bereken je BMI als vrouw of als man?

De rekensom is identiek voor vrouwen en mannen: dezelfde formule wordt gebruikt. Het verschil zit niet in de berekening zelf, maar kan wel in de interpretatie zitten, omdat de lichaamssamenstelling van vrouwen en mannen gemiddeld verschilt.

Vrouwen hebben gemiddeld een hoger vetpercentage, terwijl mannen gemiddeld meer spiermassa hebben. Bij eenzelfde BMI van bijvoorbeeld 26 kan de verhouding tussen vet en spier daardoor behoorlijk uiteenlopen. Ook de vetverdeling kan verschillen: mannen slaan relatief vaker vet op rond de buik, terwijl vrouwen relatief vaker vet rond heupen en dijen opslaan.

Daarom kijken zorgverleners niet uitsluitend naar BMI. De buikomvang kan aanvullende informatie geven over de vetverdeling en het gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico. De Nederlandse multidisciplinaire richtlijn voor overgewicht en obesitas adviseert om BMI altijd in de bredere gezondheidssituatie van een persoon te beoordelen.

Waarom kijken artsen naar meer dan je BMI?

Omdat de BMI het risico bij individuen zowel kan onderschatten als overschatten. Nederlandse richtlijnen combineren de BMI daarom met andere gegevens, zoals buikomvang, aanwezige aandoeningen, risicofactoren en klachten in het dagelijks functioneren.

Het gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico

In de Nederlandse richtlijnen staat niet alleen het BMI-getal centraal, maar het totale gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico. Volgens de NHG-Standaard Obesitas moet bij de beoordeling van overgewicht en obesitas breder worden gekeken dan alleen naar lengte en gewicht.

Ook de multidisciplinaire richtlijn Overgewicht en obesitas beschrijft dat factoren zoals buikomvang en gewichtsgerelateerde aandoeningen belangrijk zijn bij het bepalen van het risico en de passende behandeling.

Denk bijvoorbeeld aan aandoeningen zoals diabetes type 2, slaapapneu, hart- en vaatziekten of gewrichtsklachten. Iemand met een bepaalde BMI zonder bijkomende risicofactoren kan daardoor een andere beoordeling of behandeling krijgen dan iemand met dezelfde BMI en meerdere gewichtsgerelateerde aandoeningen.

De internationale discussie over de BMI

In januari 2025 publiceerde The Lancet Diabetes & Endocrinology een internationaal commissierapport waarin deskundigen voorstellen om de diagnose obesitas niet langer uitsluitend op BMI te baseren.

Het rapport, Definition and diagnostic criteria of clinical obesity, stond onder leiding van professor Francesco Rubino en werd opgesteld door een internationale groep experts uit verschillende medische specialismen.

De kern van hun betoog is dat BMI alleen onvoldoende informatie geeft om bij een individu vast te stellen wat de gevolgen van overtollig lichaamsvet zijn. De commissie adviseert daarom aanvullende metingen te gebruiken om overtollig lichaamsvet te beoordelen.

Daarnaast maakt de commissie onderscheid tussen preklinische en klinische obesitas. Bij preklinische obesitas is sprake van overtollig lichaamsvet zonder duidelijke aantasting van de werking van organen of het dagelijks functioneren, maar met een verhoogd toekomstig gezondheidsrisico. Bij klinische obesitas heeft overtollig lichaamsvet al aantoonbare gevolgen voor de gezondheid of het functioneren.

Die ontwikkeling verandert niets aan de manier waarop je BMI berekent, maar laat wel zien waarom een arts nooit alleen naar dat ene getal zou moeten kijken.

Veelgestelde vragen over BMI berekenen

Wat betekent BMI eigenlijk?

BMI staat voor Body Mass Index, in het Nederlands ook wel de queteletindex. Het is een verhoudingsgetal dat je gewicht afzet tegen je lengte in het kwadraat. De uitkomst geeft een indicatie of je gewicht past bij je lengte. Het is nadrukkelijk een screeningsmaat en geen directe meting van je vetpercentage of je gezondheid.

Hoe bereken je BMI zonder rekenmachine?

Vermenigvuldig je lengte in meters met zichzelf en schat daarna hoe vaak dat getal in je gewicht past. Bij 1,70 meter is het kwadraat 2,89, ofwel bijna 3. Weeg je 75 kilo, dan zit 3 daar ongeveer 25 keer in, dus je BMI ligt rond de 25. Voor een snelle indicatie is die schatting bruikbaar, maar voor een nauwkeurige uitkomst kun je beter de exacte berekening gebruiken.

Wat is een normale BMI voor een vrouw?

Voor volwassen vrouwen geldt in de basis dezelfde BMI-berekening als voor mannen. Een BMI tussen 18,5 en 25 wordt bij de meeste volwassenen beschouwd als een gezond gewicht. De uiteindelijke beoordeling hangt echter niet alleen van BMI af. Leeftijd, achtergrond, buikomvang en eventuele gewichtsgerelateerde aandoeningen kunnen volgens de Nederlandse richtlijnen eveneens van belang zijn.

Klopt de BMI bij spiermassa?

Bij mensen met veel spiermassa kan de BMI een vertekend beeld geven. De formule maakt namelijk geen onderscheid tussen spierweefsel en vetweefsel. Een gespierde sporter kan daardoor een relatief hoge BMI hebben zonder dat er automatisch sprake is van een vergelijkbaar gezondheidsrisico. Aanvullende informatie over lichaamssamenstelling en vetverdeling kan in dat geval belangrijk zijn.

Verandert je BMI als je ouder wordt?

Je BMI verandert wanneer je gewicht of lengte verandert. Met het ouder worden kan zowel het lichaamsgewicht als de lichaamssamenstelling veranderen. Belangrijk is bovendien dat de beoordeling van BMI bij ouderen anders kan zijn. In het NHG-registratieadvies voor obesitas worden daarom leeftijdsspecifieke referentiewaarden gebruikt.

Conclusie

Nu weet je niet alleen hoe je BMI berekent, maar ook waarom dat getal doet wat het doet. De kernpunten op een rij:

●       BMI staat voor Body Mass Index en berekent gewicht in kilogram gedeeld door lengte in meter in het kwadraat.

●       De maat komt oorspronkelijk uit de negentiende-eeuwse statistiek en werd later breed toegepast als maat voor relatief gewicht.

●       Voor de meeste volwassenen geldt een BMI tussen 18,5 en 25 als gezonde bandbreedte, waarbij voor sommige groepen andere referentiewaarden worden gebruikt.

●       De BMI onderscheidt geen vet van spier en zegt op zichzelf weinig over de verdeling van vet in je lichaam.

●       Nederlandse en internationale richtlijnen kijken daarom naast BMI ook naar andere gezondheidsgegevens en aanvullende metingen.

De praktische takeaway: reken je BMI uit, maar beschouw het getal vooral als een startpunt. Je algehele gezondheid, lichaamssamenstelling, buikomvang en eventuele aandoeningen bepalen mede wat de uitkomst voor jou betekent.

Bronnen

  1. NHG-Standaard Obesitas, Nederlands Huisartsen Genootschap.

  2. Registratieadvies bij de NHG-Standaard Obesitas, Nederlands Huisartsen Genootschap.

  3. Multidisciplinaire richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen, Richtlijnendatabase.

  4. Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen, Richtlijnendatabase.

  5. Overgewicht bij volwassenen, VZinfo, cijfers uit de Gezondheidsenquête en Leefstijlmonitor van CBS en RIVM.

  6. Kerncijfers overgewicht volwassenen, Staat van Volksgezondheid en Zorg.

  7. Definition and diagnostic criteria of clinical obesity, Rubino F. e.a., The Lancet Diabetes & Endocrinology, 2025.