"Heb ik overgewicht?" Die vraag stel je meestal niet uit nieuwsgierigheid. Er gaat vaak iets aan vooraf: een opmerking, een foto, een broek die niet meer sluit of een uitslag bij de huisarts. Wanneer heb je overgewicht, en hoe stel je dat zelf betrouwbaar vast?
Op deze pagina krijg je een zelftest in vier stappen die verder gaat dan alleen de weegschaal. Je leest waar de grens ligt, wanneer er sprake is van obesitas in plaats van overgewicht, en in welke situaties de uitkomst je op het verkeerde been zet. Ook de vraag rond overgewicht en zwanger worden komt aan bod.
Je bent daarin niet alleen. Volgens de Gezondheidsenquête en Leefstijlmonitor van CBS en RIVM had in 2025 50,6 procent van de Nederlanders van 18 jaar en ouder overgewicht. Bij 15,7 procent ging het om obesitas.
Wanneer heb je overgewicht volgens de richtlijnen?
Je hebt overgewicht bij een BMI van 25 of hoger. Vanaf 30 spreken zorgverleners van obesitas. Deze grenzen komen van de Wereldgezondheidsorganisatie en worden ook in Nederland gebruikt. De BMI bereken je door je gewicht in kilogram te delen door je lengte in meter in het kwadraat.
Toch is dat maar het halve verhaal. De Nederlandse richtlijnen kijken niet naar de BMI alleen, maar naar het gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico. Daarin wegen ook je buikomvang en eventuele aandoeningen mee. Iemand met een BMI van 27 en een normale buikomvang zit in een heel andere situatie dan iemand met dezelfde BMI, een vergrote buikomvang en een verhoogde bloedsuiker.
Dat verklaart waarom een zelftest uit meer dan één meting moet bestaan. Wil je eerst je uitgangswaarde weten, dan kun je je Body Mass Index berekenen en daarna hier verder lezen.
Doe de zelftest: vier stappen naar een compleet beeld
Een betrouwbare zelftest kost je vijf minuten en drie hulpmiddelen: een weegschaal, een meetlint en een rekenmachine. Doorloop de vier stappen achter elkaar en noteer per stap je uitkomst. Pas in stap vier leg je alles naast elkaar.
Stap 1: bereken je BMI
Deel je gewicht in kilogram door je lengte in meter in het kwadraat. Bij 84 kilogram en 1,76 meter reken je 1,76 × 1,76 = 3,10, en vervolgens 84 ÷ 3,10 = 27,1. Noteer deze waarde. Ligt hij onder 25, dan is er formeel geen sprake van overgewicht.
Stap 2: meet je buikomvang
Meet halverwege je onderste rib en je heupbot, ontspannen staand en na uitademen. Bij vrouwen is het risico verhoogd vanaf 80 centimeter en sterk verhoogd vanaf 88 centimeter. Bij mannen gelden grenzen van 94 en 102 centimeter. Volgens de multidisciplinaire richtlijn Overgewicht en obesitas geeft deze meting belangrijke aanvullende informatie, omdat vet in de buikholte samenhangt met een hoger risico op cardiometabole aandoeningen.
Stap 3: breng klachten en risicofactoren in kaart
Loop deze punten langs en noteer welke op jou van toepassing zijn:
● Je hebt diabetes type 2, een hoge bloeddruk of een verhoogd cholesterol.
● Je hebt last van kortademigheid bij inspanning of van snurken en slaapapneu.
● Je hebt pijn in knieën, heupen of onderrug bij dagelijkse activiteiten.
● In je directe familie komen diabetes type 2 of hart en vaatziekten voor.
● Je gebruikt medicatie waarvan gewichtstoename een bekende bijwerking is.
Stap 4: leg de drie uitkomsten naast elkaar
Nu telt de combinatie. De tabel hieronder geeft globaal aan wat jouw drie uitkomsten samen betekenen en welke vervolgstap logisch is.
BMI | Buikomvang | Klachten of risicofactoren | Wat dit globaal betekent |
Onder 25 | Normaal | Geen | Geen overgewicht, geen actie nodig |
Onder 25 | Vergroot | Wel | Bespreek je waarden met de huisarts |
25 tot 30 | Normaal | Geen | Overgewicht, aandacht voor leefstijl volstaat meestal |
25 tot 30 | Vergroot of klachten | Wel | Overgewicht met verhoogd risico, huisarts raadplegen |
30 of hoger | Ongeacht | Ongeacht | Obesitas, bespreek behandelmogelijkheden met een arts |
Deze tabel is een oriëntatiehulp, geen diagnose. Alleen een arts kan je gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico formeel vaststellen.
Wanneer heb je obesitas in plaats van overgewicht?
Bij een BMI van 30 of hoger is er voor de meeste volwassenen sprake van obesitas. De NHG-Standaard Obesitas onderscheidt daarbij drie klassen: 30 tot 35, 35 tot 40 en 40 of hoger.
Het verschil tussen overgewicht en obesitas is niet alleen een getal. De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt obesitas als een chronische, terugkerende ziekte die ontstaat uit een samenspel van genetica, neurobiologie, eetgedrag, omgeving en toegang tot gezond voedsel. Die formulering doet ertoe, want ze verklaart waarom wilskracht zelden het hele verhaal is.
Twee Nederlandse uitzonderingen zijn belangrijk. Bij mensen van 70 jaar en ouder wordt een BMI van 28 tot 29,9 als overgewicht beschouwd. Bij volwassenen met een Aziatische, waaronder Hindostaanse, Midden-Oosterse, Afrikaanse of Afro-Caribische achtergrond begint overgewicht bij een BMI van 23 en obesitas bij 27,5. Voor deze groepen gelden dus andere referentiewaarden.
Wanneer klopt de uitkomst van de test niet?
De zelftest werkt goed voor de meeste volwassenen, maar niet voor iedereen. De BMI meet alleen de verhouding tussen lengte en gewicht en ziet geen verschil tussen vet, spier, bot en vocht. In vier situaties geeft dat een vertekend beeld.
● Bij krachtsporters en mensen met zwaar lichamelijk werk drukt spiermassa de BMI omhoog zonder verhoogd risico.
● Bij kinderen en jongeren gelden afkappunten per leeftijd en geslacht, dus de volwassenentabel is ongeschikt.
● Tijdens de zwangerschap zegt de BMI weinig, omdat gewichtstoename dan hoort bij het proces.
● Bij vochtophoping door hart of nieraandoeningen meet je gewicht dat niets met vetmassa te maken heeft.
Ook de internationale wetenschap verschuift op dit punt. In januari 2025 publiceerde The Lancet Diabetes and Endocrinology een commissierapport onder leiding van professor Francesco Rubino, hoogleraar metabole en bariatrische chirurgie aan King's College London. De commissie bepleit dat obesitas niet op de BMI alleen wordt vastgesteld, maar met aanvullende informatie over lichaamsvet en gezondheid.
Overgewicht en zwanger worden: wat betekent dat?
Overgewicht en obesitas kunnen de vruchtbaarheid verminderen en verhogen de kans op complicaties tijdens zwangerschap en bevalling. Tegelijk verlopen veel zwangerschappen bij vrouwen met obesitas volledig ongecompliceerd. Een verhoogd risico is een kansverhoging, geen voorspelling.
Wat de richtlijn zegt over vruchtbaarheid
De Nederlandse richtlijn brengt een BMI van 30 of hoger in verband met verminderde vruchtbaarheid. Bij vrouwen met obesitas komt uitblijvende eisprong vaker voor en is de kans op een spontane zwangerschap gemiddeld lager. Sommige fertiliteitsklinieken hanteren daarom een BMI-grens voor behandeling; de precieze grens verschilt per kliniek.
Wat de richtlijn zegt over de zwangerschap zelf
De richtlijn Zwangerschap bij obesitas beschrijft dat vrouwen met obesitas een verhoogd risico hebben op complicaties tijdens de zwangerschap en rond de bevalling, waaronder zwangerschapsdiabetes. Om die reden krijgen zwangeren met obesitas vaak extra controles.
Overweeg je zwanger te worden en twijfel je over je gewicht? Vraag dan een preconceptieconsult aan bij je huisarts of verloskundige. Dat gesprek is er juist voor deze vragen en levert advies op dat op jouw situatie is toegesneden.
Wat kun je doen als de test overgewicht aangeeft?
Begin met de huisarts, niet met een dieet. Die kan je bloeddruk, bloedsuiker en cholesterol bepalen en samen met jou het gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico vaststellen. Dat gesprek bepaalt welke vorm van begeleiding passend is, en of behandeling überhaupt aan de orde is.
In Nederland begint begeleiding meestal met een gecombineerde leefstijlinterventie, waarin voeding, beweging en gedrag in samenhang worden aangepakt. Deze zorg valt onder de basisverzekering wanneer je aan de voorwaarden voldoet. Pas als dat traject onvoldoende resultaat geeft, komen andere opties in beeld.
Veelgestelde vragen over overgewicht en obesitas
Heb ik overgewicht bij een BMI van 26?
Ja, formeel wel. Overgewicht begint bij een BMI van 25, dus 26 valt binnen die categorie. Het risico is bij deze waarde licht verhoogd. Of dat medisch iets betekent, hangt af van je buikomvang, bloedwaarden en conditie. Bij een normale buikomvang en goede bloedwaarden is er meestal geen reden voor behandeling.
Wanneer ben je obese volgens de arts?
Een arts spreekt van obesitas bij een BMI van 30 of hoger. Voor mensen boven de 70 jaar en voor enkele bevolkingsgroepen gelden andere grenzen. De arts kijkt daarnaast altijd naar je buikomvang en naar aandoeningen zoals diabetes type 2 of slaapapneu, om je gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico te bepalen.
Kun je overgewicht hebben met een normale BMI?
Ja. Bij een BMI onder de 25 met een vergrote buikomvang spreken zorgverleners van centrale vetstapeling. Dat patroon brengt een verhoogd risico op diabetes type 2 en hart en vaatziekten met zich mee, ook zonder formeel overgewicht. Meet daarom altijd je middelomtrek naast je BMI.
Kun je zwanger worden met obesitas?
Ja, veel vrouwen met obesitas worden zwanger. Wel is de kans op een spontane zwangerschap gemiddeld lager en duurt het vaker langer. Ook neemt de kans op zwangerschapsdiabetes en complicaties toe. Een preconceptieconsult bij de huisarts of verloskundige geeft je duidelijkheid over jouw persoonlijke situatie.
Is overgewicht altijd een reden voor behandeling?
Nee. Bij een BMI tussen 25 en 30 zonder vergrote buikomvang en zonder klachten adviseren richtlijnen geen medische behandeling. Aandacht voor beweging en voedingspatroon volstaat dan. Behandeling komt in beeld wanneer de BMI hoger ligt of wanneer er sprake is van aandoeningen die met het gewicht samenhangen.
Conclusie
Wanneer heb je overgewicht? Formeel vanaf een BMI van 25, maar dat getal vertelt maar een deel. De kernpunten:
● Overgewicht begint bij een BMI van 25, obesitas bij 30, met afwijkende grenzen voor 70-plussers en enkele bevolkingsgroepen.
● Een volledige zelftest combineert je BMI, je buikomvang en je klachten of risicofactoren.
● De BMI vertekent bij veel spiermassa, bij kinderen, tijdens zwangerschap en bij vochtophoping.
● Obesitas verlaagt de kans op een spontane zwangerschap en verhoogt het risico op complicaties, zonder die uit te sluiten.
● De huisarts is het logische startpunt, niet een dieet op eigen houtje.
De praktische takeaway: noteer je drie uitkomsten op papier en neem dat briefje mee naar je huisarts. Een concreet gesprek over concrete cijfers levert meer op dan maandenlang twijfelen over één getal.
Bronnen
Obesity and overweight, fact sheet, World Health Organization, december 2025, https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/obesity-and-overweight
NHG-Standaard Obesitas, Nederlands Huisartsen Genootschap, herzien oktober 2025, https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/obesitas
Registratieadvies bij de NHG-Standaard Obesitas (referentiewaarden per leeftijd en achtergrond), NHG, https://www.nhg.org/praktijkvoering/informatisering/registratie-adviezen-icpc-nhg-standaarden/registratieadvies-nhg-standaard-obesitas/
Multidisciplinaire richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen (2023), Richtlijnendatabase, https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/overgewicht_en_obesitas_bij_volwassenen_en_kinderen
Obesitas tijdens de zwangerschap, module bij de multidisciplinaire richtlijn, https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/overgewicht_en_obesitas_bij_volwassenen_en_kinderen/volwassenen/obesitas_tijdens_de_zwangerschap.html
Richtlijn Zwangerschap bij obesitas, Richtlijnendatabase, https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/zwangerschap_bij_obesitas/zwangerschap_bij_obesitas_-_startpagina.html
Obesitas: argument voor weigeren fertiliteitsbehandeling?, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, https://www.ntvg.nl/artikelen/obesitas-argument-voor-weigeren-fertiliteitsbehandeling
Overgewicht bij volwassenen, cijfers Gezondheidsenquête en Leefstijlmonitor CBS in samenwerking met RIVM, VZinfo, https://www.vzinfo.nl/overgewicht/volwassenen
Rubino F. e.a., Definition and diagnostic criteria of clinical obesity, The Lancet Diabetes and Endocrinology, januari 2025, https://www.thelancet.com/journals/landia/article/PIIS2213-8587(24)00316-4/fulltext